Welkom!

De club is gebaseerd op het boek "Verhaaltjes Voor Het Slapen Gaan", uit 1979, met tekeningen van Eric Kincaid. Het boek bevat verhalen, versjes en rijmpjes. 

Nu en dan kun je een nieuw verhaal uit dit prachtige boek vinden op de club.
Slaap lekker na het lezen!

In het land waar het rijk van Plons - met zijn regenmaker - zorgt voor de regen en donder en het Rijk van Sol - met zijn machtige kaarsen - zorgt voor zonlicht en warmte.

Hoog boven de aarde in het land van de wolken waren eens twee koninkrijken, het rijk van Sol en het rijk van Plons. Ze werden allebei geregeerd door machtige koningen. De koning van Plons woonde in een groot, trots kasteel boven op een grote, zwarte regenwolk. En niet veel verder woonde, op een donzige zonnewolk, de koning van Sol.

Nu zou je denken dat die twee koningen, omdat ze zo dicht bij elkaar woonden, goede vrienden zouden zijn, maar dat was niet zo. Ze hadden eigenlijk altijd ruzie, want de koning van Plons wilde het altijd maar laten regenen en de koning van Sol wilde altijd maar dat de zon zou schijnen. Dus om alles eerlijk te laten verlopen was er in de beide koninkrijken besloten dat het de ene dag mooi zonnig weer zou zijn zodat de mensen konden gaan picknicken en dat het de andere dag zou regenen, dan kregen de bomen en de bloemen genoeg te drinken.

Dit werkte een hele poos erg goed, maar op zekere dag liep alles verkeerd. De koning van Plons was al tamelijk oud en soms werd hij wat vergeetachtig. Zijn geheugen werd zo slecht, dat hij soms zelfs vergat te ontbijten. Op deze bijzondere morgen werd de koning nog vergeetachtiger dan anders wakker. Hij vergat niet alleen om zijn ontbijt op te eten, maar hij vergat ook welke dag het was.

Toen het tijd werd voor het middagmaal, was hij erg hongerig en dat maakte hem mopperig. Hij liep naar het venster en keek neer op de Aarde beneden zich. "Mmm ja" " zei hij, "het ziet er daar beneden uit alsof ze wel wat drinken kunnen gebruiken. We zullen ze vandaag eens lekker natplonzen". Hij nam een gouden belletje dat op tafel stond en luidde dat. Onmiddellijk ging de deur open en een klein blauw mannetje stak zijn hoofd de kamer in. "Laat de chef Regenmaker komen" riep de koning uit. "Jawel Majesteit" zei het mannetje en holde de trap af.

Twee minuten later stak een ander mannetje zijn hoofd om de deur. "U had mij geroepen, Majesteit?" zei hij. "Kom binnen, kom binnen", baste de koning. Het mannetje kwam binnen en deed de deur achter zich dicht. De koning keek nog eens uit het venster en sprak toen tegen het mannetje. "Wat een prachtige dag voor een stortbui, Plip", zei hij glimlachend. "lk vind dat we vandaag maar eens een flinke bui moeten laten vallen". Het mannetje krabde zich op het hoofd. "Neemt u me niet kwalijk, Majesteit", zei hij, "maar vandaag hoort het niet te regenen". "Wat hoort niet!" bulderde de koning. "Als ik zeg dat het moet regenen, dan regent het. Is dat duideliik?" "Ja maar Majesteit...". "Niets te ja-maren", riep de koning die nu erg kwaad werd. "Ga doen wat ik zeg!".

Het mannetje liep langzaam achterwaarts de kamer uit. "Ja Majesteit, zeker Majesteit." Arme Plip holde zo snel zijn beentjes hem konden dragen, de trap af. Toen hij beneden was, moest hij weer een andere trap op en daar was de Regen Toren. Boven in de toren was een klein kamertje en daarin stond de Regenmaker. Eén flinke ruk aan het grote wiel was alles wat er moest gebeuren en weldra klets-kletterde de regen op de aarde neer. De koning keek uit zijn venster en klapte van genoegen in zijn handen toen hij zag hoe die grote regenbui de mensen op aarde naar een schuilplaats liet hollen. Maar waarom keken ze toch zo verbaasd? Ze moesten nu toch zo langzamerhand wel weten wanneer ze regen konden verwachten.

De mensen op aarde waren echter niet de enigen die verrast waren toen het begon te regenen. Op enkele kilometers afstand keken de bewoners van Sol vol verbazing uit hun vensters. "Dit kan toch niet waar zijn", riepen ze uit. Het is onze beurt om vandaag de zon te laten schijnen, want het heeft gisteren pas geregend. De koning van Sol stond ook al voor zijn raam en keek boos toe hoe de regen bij stromen op de Aarde neerviel. "Laat de Toortsdrager komen", riep hij uit, "hij moet de grootste kaars van het kasteel aansteken. Dan moet die regen wel ophouden!"


De regen viel met bakken omlaag uit het paleis van Plons,
en de kaarsen brandden fel in het paleis van Sol. 


Toen hij die grote kaars zag branden werd de koning van Plons nog bozer en hij schudde zijn vuist tegen de grote witte wolk van Sol. "Hoe durven ze", riep hij uit, "HOE DURVEN ZE!'". 
Zijn geschreeuw klonk als een echo door het hele kasteel. Verschrikt kwam Plip de kamer binnenrennen. "Aha", zei de koning. "Jij bent precies de man die ik hebben moet. Donder en bliksem, dat hebben we nodig. lk Wil een zo hevig mogelijk onweer. Dat zal hun kaars dan eens en voor altijd uitblazen". "Maar Majesteit, u begrijpt niet!" . "Ga!",  bulderde de koning. "Doe wat ik zeg of ik zal je in mijn allerdiepste kerker laten opsluiten met alleen maar water en brood".

De arme Plip stond te beven in zijn schoenen, toen draaide hij zich om en snelde voor de tweede maal naar de Regentoren. De bliksem flitste, de donder rolde en de regen viel in stromen neer. Intussen werden er in Sol meer kaarsen aangestoken en ze hadden nog nooit zo fel gebrand als die dag. De mensen op aarde konden hun ogen niet geloven. Het ene ogenblik rommelde de donder boven hen en viel de regen met bakken uit de lucht en het volgende ogenblik scheen de zon warm en helder.

De strijd ging geruime tijd door, al duurde het niet lang voor de koude Noordenwind dit vreemde schouwspel opmerkte. Hij was op dat moment juist bezig sneeuw naar mensen in verre landen te blazen. De Noordenwind was erg slim en ook erg machtig; hij begreep meteen wat er gebeurd was. Daarom liet hij zijn werk in de steek en vloog weg, naar de twee koninkrijken. "lk zal die twee eens leren!" zei hij boos en hij haalde één keer diep adem en blies alle kaarsen van Sol uit. De reuzenkraan van Plons raakte bevroren.


De kraan van Plons was bevroren en de kaarsen van Sol uitgeblazen.

De mensen van Plons keken angstig naar hun Regenmaker. Er was een dikke waterdruppel aan de grote kraan blijven hangen en die was in ijs veranderd. Wat ze ook probeerden, het wilde niet meer gaan regenen. Ook in Sol waren de mensen bedroefd en keken naar hun trotse gouden kaarsen. Er was niets meer over van het heldergele licht dan een wolkje zwarte rook. De mensen op aarde kwamen hun huizen uit en keken naar de lucht. Wat was er met de zon gebeurd en waar was de regen? Er was inderdaad iets vreemds aan de gang.

Men had nu eindeliik de koning van Plons over zijn vergissing durven vertellen en hij voelde zich nogal dwaas. Hij wist dat hij naar de koning van Sol zou moeten gaan en zeggen dat het hem speet, en vragen of ze weer vrienden konden worden. Daarom liet hij zijn rijtuig voorrijden en ging op weg naar de grote witte wolk. De koning van Sol zat op zijn troon, hij steunde zijn hoofd op zijn hand. Wat moest hij toch doen? Misschien was hij wel te haastig geweest. Tenslotte werd de koning van Plons al oud en hij had gehoord dat hij af en toe erg vergeetachtig was.

Opeens werd er hard op de deur geklopt bij de koning van Sol. Klop ... klop ... KLOP!  "Binnen", riep de koning. De deur ging open en daar stond de koning van Plons. De koning stond op van zijn troon en stak beide handen uit. "Beste kerel", riep hij. De koning van Plons kwam naar hem toelopen en pakte ziin handen. "lk ben een oude dwaas geweest",  zei de koning van Plons. "En ik ben te haastig geweest", zei de koning van Sol.

Plotseling klonk er, zonder waarschuwing, een luid BONS en alle deuren van het paleis vlogen open. "Zo, ik zie dat jullie weer vrienden zijn". Het was de Noordenwind. "Ja, dat zijn we",  zeiden de koningen tegelijk. "Goed zo",  zei de Noordenwind. Toen dacht hij:  "Nu, beloven jullie plechtig nooit meer ruzie te maken". Beide koningen knikten. "Goed, dan zal ik mijn broer, de warme Zuidenwind, laten komen om mijn werk weer ongedaan te maken". De Noordenwind hield zijn belofte en zond zijn broer. Met één zucht van zijn warme adem ontdooide het water van de reuzenkraan van Plons en de gouden kaarsen van Sol begonnen weer helder en warm te branden. En zo liep alles nog goed af.

Om de mensen op aarde te laten zien dat de beide koningen weer vrienden waren, kwamen de mensen van Sol en Plons weer bij elkaar en schilderden een reusachtige regenboog in de lucht.



= Einde =

Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan: